Beeld: Igor Vermeer

Groene bewonersparticipatie

Groe­ne gang­ma­kers in Vrede­oord

Nieuwbouwwijken herken je vaak aan de zandhopen en kale voortuinen. Gelukkig heeft Vredeoord, de nieuwste wijk van Trudo, zijn eigen groene gangmakers. Nog voordat de eerste paal de grond in ging, woonden Tom en Judy al in Vredeoord, in hun mobiele eco-huis met fantastische tuin. Sindsdien zetten ze zich in om de wijk zo groen, duurzaam en kindvriendelijk mogelijk te maken. We vroegen Tom naar zijn ervaringen.

Wonen op een bouwplaats, dat is best bijzonder. Hoe kwamen jullie daarbij? “Wij bouwden ons eco-huis op het NRE-terrein. Daar was volop ruimte, en omdat ons huis geen aansluiting op het riool of het elektriciteitsnet nodig heeft, mochten we daar tijdelijk blijven van de gemeente. Tijdens onze zoektocht naar een nieuwe locatie hoorden we over Vredeoord: een nieuwe, groene wijk met huur- en koopwoningen, maar ook met kavels voor duurzame zelfbouw. Wat nou als wij daar als duurzaam voorbeeld voor andere bouwers gingen wonen? Trudo was snel enthousiast, ondanks dat het wel wat voeten in de aarde had. We kregen eerst een plek aan de rand van de bouwplaats. Drie jaar later verhuisden we naar het hart van Vredeoord, zodat ons oude stekje ook bebouwd kan worden.” Jullie verhuisden met tuin en al! Hoe was dat? “Ons huis bestaat uit negen houten ‘blokken’ die je los van elkaar kunt vervoeren. Het hout komt uit het Philips de Jonghpark. Hier om de hoek dus. En een tuin kun je ook prima verhuizen, al is dat nog best een operatie. Ik ben boom- en bosbeheerder van beroep, dus voor mij is zoiets wel wat makkelijker dan voor de gemiddelde Nederlander. We vroegen Trudo of we in de winter mochten overgaan, omdat de bomen en planten dan ‘slapen’ en minder last hebben van een verhuizing. Zo geschiedde. Ons huis hebben we in twee dagen verplaatst. De tuin ging in etappes: daar deden we bijna drie maanden over!”

'Een aantal mensen was van plan de hele boel te betegelen, tot ze hoorden hoeveel beter een groene tuin is.'

Zo maakten jullie vast snel naam in de buurt? “Jazeker! Al kenden veel mensen ons al van ons opvallende huis en grote tuin. Maar ook op de bewonersbijeenkomsten waren we aanwezig. We hielden bijvoorbeeld sessies over hoe belangrijk groen is voor de verkoeling en afwatering van de wijk. Dat is onderdeel van onze afspraak met Trudo: wij huren ons stukje grond, in plaats van het te kopen, en zetten ons in ruil daarvoor in voor groene bewonersparticipatie. Voor ons echt perfect, want wij willen ons daar sowieso mee bezig houden. Ik heb vanuit mijn werk veel liefde voor de natuur, maar ook Judy heeft groene vingers. Als senioren denken we vaak na over wat we nog mee willen geven aan onze omgeving. Hoe mooi is het als wij hier bijdragen aan een divers, groen landschap?” Hoe reageren buurtbewoners op jullie groene missie? “Heel enthousiast, dat is echt fantastisch! Wij hebben onze tuin van het begin af aan opengesteld voor de buurt. Dat is natuurlijk best wel spannend, want we stellen ons kwetsbaar op. Maar als ik één ding heb geleerd, dan is het wel dat je pas écht contact kunt maken als je die kwetsbaarheid toont. Bewoners maken volop gebruik van onze gastvrijheid. Buurtkinderen komen hier graag om naar de kippen te kijken of eieren te halen. Wij leren ze op een leuke manier kennismaken met de natuur: Judy heeft informatiebordjes neergezet bij bomen en planten, en we vertellen graag over de flora en fauna in onze tuin. Van de kikkers in onze vijver tot de eetbare planten in de moestuin. Zo zijn we een beetje de groene opa en oma van de wijk.”

'Groene vingers krijg je vanzelf als je aan het groen zit.'

Jullie zijn ook bezig met het oprichten van een bewonerscollectief voor het onderhouden van het openbare groen. Hoe gaat dat? “Daar kregen we volop aanmeldingen voor. Het groen is nog in aanbouw, dus we zijn nog niet actief aan de slag. Toen wij vorig jaar nog de enige bewoners van Vredeoord waren, heb ik met mensen uit omliggende buurten regelmatig op zaterdagochtend vrijwillig aan het groen in het Philips de Jonghpark gewerkt. Dat pakken we na de coronacrisis weer op met de bewoners van Vredeoord. Kunnen we vast oefenen voor het groen in onze wijk! Maar ik zit ook nu niet stil. Ik ben bevriend geraakt met een Syrische leeftijdgenoot, Zeyad. Met hem snoei ik bomen op de nieuwe loper van Vredeoord. Zeyad heeft de smaak goed te pakken. Hij gaat graag met mij op pad om mee te kijken en mee te werken. Ik vind het mooi om te zien hoe hij geniet van bezig zijn in het groen. Dat enthousiasme wil ik bij nog veel meer mensen aanwakkeren.” Moet je groene vingers hebben om mee te kunnen doen? “Groene vingers krijg je vanzelf als je aan het groen zit. En zelfs als dat je niet ligt, zijn er volop andere dingen die je kunt doen. Af en toe wat straatvuil opruimen bijvoorbeeld, of de planten watergeven. Dat kan iedereen. Door een stukje van de openbare ruimte te onderhouden, maak je het eigen. En als je ergens zelf aan bijdraagt, geniet je er ook meer van. In een nieuwbouwwijk kennen bewoners elkaar vaak nauwelijks. Groen bezig zijn is echt een manier om mensen bij elkaar te brengen en de interactie aan te gaan. Daardoor groeit de samenhorigheid in de wijk. En zelfs daarbuiten, want we krijgen regelmatig nieuwsgierige bezoekers uit omliggende wijken.” Wat zijn voor jou de belangrijkste lessen uit het vergroenen van Vredeoord? “Hoe belangrijk het is om bewoners op tijd en op de juiste manier te betrekken. Wij ontdekten bijvoorbeeld dat mensen niet wisten dat het putje in hun tuin geen afvoerput is, maar juist een aanvoerput voor de wadi in de wijk. Dat is een laagliggend gedeelte waar overvloedig water heen kan stromen, om het vervolgens weer af te geven aan de omgeving als het droog is. Als mensen zeepsop, verfresten en andere troep door hun putje spoelen, vervuilen ze de grondwatervoorziening van de wijk. Dat was echt een kwestie van onwetendheid, niet van onwil. Hetzelfde geldt voor de tuinen. Een aantal mensen was van plan de hele boel te betegelen, tot ze hoorden hoeveel beter een groene tuin is.”

Heb je nog adviezen voor woningcorporaties of bouwbedrijven? “Ik zou willen dat het normaal was dat bouwbedrijven een nieuwbouwwijk opleveren met ‘goede grond’. Door alle machines is de aarde in een nieuwe wijk aangedrukt en verdicht. Daar gooien ze dan een dun laagje tuinaarde op, maar dat is echt niet genoeg. Een groene wijk heeft losse, luchtige grond nodig. Minimaal anderhalve meter diep. Anders kunnen bomen niet groeien en loopt het water niet weg. Trudo heeft in Vredeoord alle tuinen ‘losgehapt’ met een graafmachine om de grond groenvriendelijk te krijgen, maar eigenlijk zou die verantwoordelijkheid bij de aannemers moeten liggen. Daarnaast adviseer ik ontwikkelaars om in het groenplan al rekening te houden met bewonersparticipatie. Dan is vaak veel meer mogelijk, omdat de gemeente er minder werk aan heeft. Met dit soort eisen in elk bouwplan, wordt een groene wijk de nieuwe standaard.”